Spelregels
Minimaal één kaartspel wordt gebruikt voor dit spel. Men mag kaartspellen en jokers toevoegen. Doorgaans krijgt iedere speler zeven kaarten. De rest van de kaarten worden met de beeldzijde naar beneden op een stapel gelegd. Deze stapel wordt de trekstapel genoemd.Eén kaart wordt van de stapel gehaald en omgedraaid, zodat er een tweede stapel ontstaat . Dit is de aflegstapel. De speler die mag beginnen moet nu een kaart op deze stapel leggen met een kleur (harten, ruiten, klavers of schoppen) of getal gelijk aan de eerste kaart van de aflegstapel. Vervolgens moet de volgende speler een kaart op de stapel leggen met een kleur of getal gelijk aan de laatst neergelegde kaart. Met kleur wordt hier bedoeld: schoppen, harten, klaveren of ruiten.
Wanneer een speler geen kaart op de aflegstapel kan leggen, dient hij een kaart te pakken van de trekstapel. Indien de speler deze kaart op de aflegstapel kan leggen mag dat. Anders dient de speler de kaart te houden.
De speler die als eerst al zijn kaarten kwijt is heeft gewonnen. Een voorwaarde is vaak dat de speler niet met een pestkaart of speciale kaart mag eindigen (zie verder). De overige spelers kunnen eventueel doorspelen nadat een speler van al zijn kaarten af is.
Speciale kaarten of pestkaarten
Er zijn een aantal vaste speciale kaarten in het kaartspel pesten te onderkennen. Deze kaarten worden doorgaans pestkaarten genoemd. De regels over deze kaarten kunnen per huishouden variëren. Het is dan ook raadzaam om voor het spelen afspraken te maken over de regels, zodat er tijdens het spelen geen onduidelijkheden ontstaan.- Een twee: Wanneer een speler een twee opgooit, moet de volgende speler 2 kaarten pakken.
- Een zeven: De speler die een zeven opgooit mag nog een kaart op de aflegstapel leggen. De opmerking "zeven blijft kleven" wordt bij het opgooien van deze kaart vaak gemaakt.
- Een acht: De volgende speler moet een beurt overslaan. De opmerking "acht wacht" wordt bij het opgooien van deze kaart vaak gemaakt.
- Een boer: De speler die de kaart opgooit mag bepalen wat voor kleur kaart de volgende kaart moet zijn (schoppen, harten, klaveren of ruiten). De boer mag op elke kaart worden gegooid.
- Een joker: Wanneer de speler een joker opgooit, moet de volgende speler 5 kaarten pakken. Tevens bepaalt de speler die de kaart opgooit welke kleur kaart de volgende kaart moet zijn. De joker mag op elke kaart worden gegooid.
Doorgaans is het niet toegestaan om met een pestkaart het spel te eindigen. Op het moment dat je nog maar één kaart in je hand hebt en het is een pestkaart, dien je een kaart van de trekstapel te pakken. Het is raadzaam om wel in dezelfde beurt je pestkaart kwijt te raken.




